Meer vrouwelijke hoogleraren aan Nederlandse universiteiten; Nog steeds meer dan 75% man

By Jernst van Waal

De universiteiten in Nederland hadden vorig jaar meer vrouwelijke hoogleraren in dienst, maar het overgrote deel van de hoogleraren is nog steeds man, blijkt uit cijfers van het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren. In dit tempo “zal het tot 2041 duren voordat een evenredige man-vrouwverdeling onder professoren zal worden bereikt”, zei het netwerk woensdag.

Bij de 14 Nederlandse universiteiten waren eind vorig jaar 810 vrouwelijke hoogleraren en 2.637 mannelijke hoogleraren in dienst. Dat komt neer op 23,5 procent van de hoogleraren die vrouw zijn. In 2018 waren er 741 vrouwelijke en 2.601 mannelijke hoogleraren, dus 22,2 procent van het totaal. In 2019 benoemden de Nederlandse universiteiten 69 vrouwen en 36 mannen als hoogleraar.

De Open Universiteit loopt voorop als het gaat om gendergelijkheid onder hoogleraren, vorig jaar met 39,9 procent vrouwelijke hoogleraren. De Universiteit Maastricht staat op de tweede plaats met 30,1 procent vrouwelijke hoogleraren en vervolgens de Radboud Universiteit Nijmegen met 29,6 procent.

Onderaan de lijst staat de TU Delft met 16,9 procent van de hoogleraren vrouw, gevolgd door de Technische Universiteit Eindhoven met 18,3 procent en Wageningen University met 18,5 procent.

In 2018 stond de Erasmus Universiteit Rotterdam onderaan de lijst met slechts 14,5 procent van de hoogleraren vrouw. Vorig jaar verhoogde de universiteit dat naar 20,8 procent.

Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren streeft naar minimaal 33 procent vrouwelijke hoogleraren aan de Nederlandse universiteiten in 2025. Om dat te bereiken is het ook belangrijk om te kijken naar universitair hoofddocenten en docenten, die in de toekomst tot hoogleraar kunnen worden benoemd. “Een inclusieve werkomgeving en een gedegen loopbaanbeleid zijn nodig” om vrouwen aan te moedigen om in het hoger onderwijs te gaan, aldus het netwerk.

Minister Ingrid van Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zei tegen het ANP dat het goed is dat het percentage vrouwelijke hoogleraren toeneemt. “Nu is het vooral belangrijk die groei vast te houden, en liefst nog verder te versnellen. Want laten we duidelijk zijn: we zijn er nog niet.”