Gemeenten verhogen de kosten voor huiseigenaren

Volgens huiseigenarenvereniging VEH hebben veel gemeenten ervoor gekozen om de kosten voor huiseigenaren te verhogen om hun budget te dekken. Uit het jaarlijkse onderzoek van de vereniging bleek dat de onroerendgoedbelasting gemiddeld met 5,3 procent is gestegen en de kosten voor afvalverwijdering met gemiddeld 7,8 procent, meldt het ANP.

De reden waarom huiseigenaren meer moeten betalen voor afvalverwijdering is dat de gemeenten zelf worden geconfronteerd met hogere kosten voor stortplaatsen en afvalverbranding. De belastingtarieven voor die methoden van afvalverwijdering zijn het afgelopen jaar gestegen van 13 naar 31 euro per ton afval in een poging van de overheid om burgers te stimuleren om te recyclen.

Regio’s verschillen in de verhoging van de onroerendezaakbelasting, met als koploper Opmeer 41 procent. Huiseigenaren in sommige selectieve gebieden, zoals Vemlo, Weesp en Ommen, betalen daarentegen minder onroerendgoedbelasting.

De meeste gemeenten kampen echter met financiële problemen, onder meer door stijgende kosten voor jeugdzorg en ondersteuning bij begeleid wonen. De gemeenten zien daarom volgens de VEH een verhoging van de onroerende voorheffing vaak als de enige manier om kosten te compenseren.

De VEH stelde dat budgetproblemen in het sociale domein niet alleen bij huiseigenaren moeten worden gelegd. De vereniging maakt zich zorgen dat het besluit van het vertrekkende kabinet om het debat over de onroerende voorheffing aan het nieuwe kabinet over te laten, zal leiden tot meer kosten voor huiseigenaren. “Hierdoor is de kans groot dat de onroerende voorheffing het komende jaar verder zal stijgen, omdat gemeenten tegen het einde van de zomer een budget voor 2022 moeten creëren”, aldus directeur belangenbehartiging bij VEH, Karsten Klein.

VEH lanceerde vorig jaar een petitie om de verhoging van de onroerende voorheffing te voorkomen, die werd ondertekend door meer dan 135 duizend mensen.

Plaats een reactie