In 2026 beschikken meer Nederlanders over een rijbewijs en een eigen auto dan in voorgaande jaren. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hebben begin dit jaar bijna 11,9 miljoen mensen een rijbewijs en zijn bijna 7,2 miljoen mensen eigenaar van een auto. Opvallend is de toename onder 75-plussers: bijna 64 procent van hen heeft nu een rijbewijs, tegen ruim 54 procent in 2019.
Belangrijkste cijfers
- Rijbewijshouders in Nederland begin 2026: bijna 11,9 miljoen (bron CBS).
- Mensen met een auto in bezit: bijna 7,2 miljoen.
- 75-plussers met rijbewijs: bijna 64 procent (2019 ruim 54 procent, een stijging met ongeveer 10 procentpunt).
- 18 tot 30 jaar met rijbewijs: bijna 1,9 miljoen, van wie bijna 794.000 ook een auto bezitten.
- 75-plussers met rijbewijs en auto: bijna 1,2 miljoen rijbewijshouders en 865.000 met een auto.
- Leaseauto’s in Nederland: naar schatting zo’n 1,4 miljoen.
Leeftijdsverschillen
Jongeren onder de 30 jaar hebben relatief vaak wel een rijbewijs maar geen eigen auto. Bij 75-plussers liggen rijbewijsbezit en autobezit juist dichter bij elkaar.
| Leeftijdsgroep | Rijbewijshouders | Met auto | Aandeel met auto |
|---|---|---|---|
| 18 tot 30 jaar | bijna 1,9 miljoen | bijna 794.000 | circa 42 procent |
| 75 jaar en ouder | bijna 1,2 miljoen | 865.000 | circa 72 procent |
Afgezet tegen het totale aantal rijbewijshouders heeft naar schatting ongeveer 61 procent ook een eigen auto. Dit betreft een globale berekening op basis van de door het CBS gemelde aantallen.
Regionale verschillen
Het rijbewijsbezit verschilt sterk per gemeente. In Tubbergen heeft naar schatting 93 procent van de inwoners een rijbewijs, het hoogste aandeel in Nederland. Staphorst en Renswoude volgen. In Amsterdam is het rijbewijsbezit met 62,4 procent het laagst.
Lease en particulier bezit
Naar schatting rijden er zo’n 1,4 miljoen leaseauto’s in Nederland, naast de bijna 7,2 miljoen mensen die particulier eigenaar zijn van een auto. Het genoemde aantal personen met een auto in bezit is geen telling van het totale aantal voertuigen en is daarom niet optelbaar met het aantal leaseauto’s.
Methodiek en bron
De genoemde cijfers zijn afkomstig van het Centraal Bureau voor de Statistiek en hebben betrekking op de situatie begin 2026. Waar in dit artikel percentages of verhoudingen zijn berekend, betreft het benaderingen op basis van de door het CBS gemelde aantallen. Afrondingen kunnen tot kleine verschillen leiden.